Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 december 2009
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 8 december 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 december 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BK0949.
19. Die consequentie veroordeelt zich zelf. Mijns inziens dient het uitgangspunt te zijn dat de verdachte niet is verschenen en dat derhalve de regels gelden die de Hoge Raad voor dat geval heeft geformuleerd. Dat wil zeggen dat met een ad informandum gevoegd feit rekening mag worden gehouden als op grond van een buitengerechtelijke erkentenis aannemelijk is dat het feit door de verdachte is begaan. Daarbij dient mijns inziens te gelden dat de rechter, niettegenstaande de buitengerechtelijke erkentenis, niet aannemelijk mag achten dat het feit door de verdachte is begaan indien de gemachtigde raadsman ter terechtzitting meedeelt dat de verdachte op zijn erkenning van de feiten terugkomt of indien de raadsman op juridische gronden bepleit dat geen sprake is van het begaan van een strafbaar feit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3a3ec8cd3f23c7ed292133b755f89fa6b7a78d1f55beed111efbf2d0b020a210. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3a3ec8cd3f23c7ed292133b755f89fa6b7a78d1f55beed111efbf2d0b020a210, en de alinea staat in dat document op bytes 14983 tot 15801.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3a3ec8cd3f23c7ed292133b755f89fa6b7a78d1f55beed111efbf2d0b020a210 | shasum -a 256