Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 december 2009

Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 22 december 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 december 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BK2001.

3.3 Onderdeel 2 klaagt dat het hof in rov. 3.11 tweede alinea een te strenge maatstaf heeft gehanteerd voor de toepassing van art. 2:227 lid 4 BW.(8) Volgens het onderdeel is het hof daar van oordeel dat alleen voldoende gelegenheid aan een bestuurder wordt geboden en hij alleen de mogelijkheid heeft om zijn bevoegdheid ex art. 2:227 lid 4 BW uit te oefenen indien hij daartoe door de aandeelhouder (zelf) wordt uitgenodigd. Het hof gaat eraan voorbij dat een bestuurder ook op andere wijze voldoende gelegenheid kan worden geboden en hij dus de mogelijkheid heeft gehad om die bevoegdheid uit te oefenen. Indien het hof wel een juiste maatstaf heeft gehanteerd, is zijn oordeel in het licht van de door HGIH ingenomen stellingen, zonder nadere motivering onbegrijpelijk, aldus het onderdeel.(9) HGIH heeft uitdrukkelijk gesteld(10) dat het telefoongesprek met [betrokkene 2] voldoende gelegenheid aan [verweerder] bood om van zijn bevoegdheid gebruik te maken, maar dat [verweerder] er eenvoudigweg voor heeft gekozen dit niet te doen. HGIH heeft in dit verband het volgende gesteld:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d95c96398334ed86382454b5d449761495000f5337da8baded9690100bb58faf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d95c96398334ed86382454b5d449761495000f5337da8baded9690100bb58faf, en de alinea staat in dat document op bytes 25013 tot 26112.