Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 december 2009
Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 22 december 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 december 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BK3335.
5. Ik stel voorop dat de Hoge Raad in het arrest van 3 maart 2009, LJN BG4349, NJ 2009, 441 het navolgende heeft overwogen. Ook het ter zitting gedane verzoek van de verdediging tot aanhouding van de behandeling van de zaak in hoger beroep in afwachting van een op te maken reclasseringsrapport, is een verzoek aan de rechter als bedoeld in art. 328 in verbinding met art. 331 Sv om gebruik te maken van de in art. 315 Sv omschreven bevoegdheid. Maatstaf bij de beoordeling van een dergelijk verzoek is derhalve of de noodzaak van hetgeen wordt verzocht, is gebleken. In het aangehaalde arrest had het Hof deze en dus de juiste maatstaf toegepast. De afwijzing mag uiteraard niet blijk geven van miskenning van de toepasselijke maatstaf, maar daarnaast dient de motivering niet onbegrijpelijk te zijn in het licht van wat aan het (onderbouwd) verzoek ten grondslag is gelegd.(1) In het arrest van 3 maart 2009 nu, achtte de Hoge Raad het oordeel van het Hof niet zonder meer begrijpelijk op grond van een aantal bijzondere kenmerken van die zaak. Zo vond zowel de verdediging als het OM een reclasseringsrapport noodzakelijk. De advocaat-generaal bij het Hof had het verzoek daartoe abusievelijk niet verzonden, als gevolg waarvan er geen reclasseringsrapport beschikbaar was bij de inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. De raadsvrouw persisteerde bij haar verzoek. Het Hof was blijkens het zittingsverbaal van oordeel dat het wellicht beter zou zijn geweest wanneer een reclasseringsrapport, met daarin een aanvullend beeld van de verdachte, beschikbaar zou zijn, maar achtte het opmaken van een reclasseringsrapport bij die stand van zaken voorshands niet noodzakelijk. Tijdens de beraadslaging in raadkamer zou dit beeld eventueel kunnen veranderen, aldus het Hof. In zijn arrest wees het Hof het verzoek af, nu er naast de reeds voorhanden informatie uit eerdere rapporten op de terechtzitting voldoende informatie over de verdachte naar voren was gekomen, op grond waarvan het Hof zich voldoende voorgelicht achtte. De verdachte werd wegens poging tot moord veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf. De Hoge Raad stelde vast dat het Hof tot uitdrukking had gebracht dat het aanvankelijk door het openbaar ministerie, en de verdediging en kennelijk ook door het Hof onderschreven belang bij het opmaken van een reclasseringsrapport was komen te vervallen door de ter terechtzitting verstrekte informatie. Ik citeer nu het vervolg van de overwegingen van de Hoge Raad in voornoemd arrest:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2ca60ff95edc6522c1dd538b51b8a15685722a2f0fd92f968386aa8d4bcc0c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2ca60ff95edc6522c1dd538b51b8a15685722a2f0fd92f968386aa8d4bcc0c0, en de alinea staat in dat document op bytes 7315 tot 9836.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a2ca60ff95edc6522c1dd538b51b8a15685722a2f0fd92f968386aa8d4bcc0c0 | shasum -a 256