Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 december 2009
Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 22 december 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 december 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BK3335.
8. Op dat oordeel is het Hof blijkens het bestreden arrest klaarblijkelijk niet meer teruggekomen. Dit acht ik ook zonder nadere motivering in het arrest niet onbegrijpelijk. Daarbij neem ik in aanmerking dat de raadsvrouw ter terechtzitting in hoger beroep het verzoek niet nader heeft toegelicht en van argumenten heeft voorzien, en het proces-verbaal van de terechtzitting van 11 juni 2008 bovendien niet inhoudt dat zij - na de hiervoor weergegeven afwijzing van het Hof - heeft gepersisteerd bij het verzoek.(3) Naar mijn oordeel is juist daarin een zodanig wezenlijk verschil met HR 3 maart 2009, NJ 2009, 441, LJN BG4349 gelegen, dat in de onderhavige zaak het middel tevergeefs is voorgesteld. Daaraan kan niet afdoen dat ook in deze zaak een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is opgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2ca60ff95edc6522c1dd538b51b8a15685722a2f0fd92f968386aa8d4bcc0c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2ca60ff95edc6522c1dd538b51b8a15685722a2f0fd92f968386aa8d4bcc0c0, en de alinea staat in dat document op bytes 13012 tot 13823.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a2ca60ff95edc6522c1dd538b51b8a15685722a2f0fd92f968386aa8d4bcc0c0 | shasum -a 256