Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 december 2009

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 22 december 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 december 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BK3356.

3.4. Voor medeplegen is noodzakelijk is dat verdachte enige uitvoeringshandeling van het strafbaar feit heeft verricht en/of dat hij nauw en volledig met de ander of anderen heeft samengewerkt.(1) Het hof heeft niet vastgesteld dat verdachte heeft meegedaan aan de uitvoering. Een nauwe en volledige samenwerking zou in de gedachtengang van het hof kennelijk tot uitdrukking komen in de aanwezigheid van verdachte bij de vernielingen en de instemming daarmee. Het hof heeft over de wijze waarop die instemming tot stand is gekomen, zich heeft geuit en hoe die instemming van invloed kan zijn geweest op de begane strafbare feiten verder niets vastgesteld. Niet staat bijvoorbeeld vast dat verdachte [betrokkene 1] heeft aangemoedigd of aangespoord, dat hij met [betrokkene 1] overleg heeft gepleegd enzovoorts. In de tijd geplaatst heeft feit 2 als eerste plaatsgevonden. M.b.t. dit feit kan helemaal niets blijken over enige vorm van overleg of samenwerking. M.b.t. het als feit 1 bewezenverklaarde heeft het hof inderdaad vastgesteld dat verdachte toen wist dat [betrokkene 1] vlinderbommen bij zich had en is er sprake van een grotere betrokkenheid, gelet onder meer op het feit dat de groep samen is weggevlucht en samen weer is teruggekeerd om het effect te bekijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb2dcaee16d401af1b36783433b01041bb7a48a7046192048ecd991725b62cf6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb2dcaee16d401af1b36783433b01041bb7a48a7046192048ecd991725b62cf6, en de alinea staat in dat document op bytes 13200 tot 14485.