Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 december 2009

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 22 december 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 december 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BK3574.

7. Ten aanzien van het beroep van de vof en de vennoten op de onbevoegdheid van de rechtbank overwoog het hof, kort weergegeven, het volgende (zie r.o. 3 van 's hofs arrest). De vof en de vennoten hebben niet dan wel onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de vof ten tijde van de faillissementsaanvraag was ontbonden en dat de vereffening was voltooid. Derhalve was de rechtbank, gelet op het bepaalde in art. 3 lid 1 InsVo, bevoegd om de insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen, nu het centrum van de voornaamste belangen van de vof in Nederland ligt. De toestand van te hebben opgehouden te betalen van de vof brengt met zich mee dat de onder die gemeenschappelijke naam handelende vennoten in dezelfde toestand verkeren. De faillietverklaring van een vennootschap onder firma heeft dus noodzakelijkerwijs het faillissement van de leden van de vennootschap ten gevolge. Echter, nu onbetwist vaststaat dat het centrum van de voornaamste belangen van de vennoten sedert 2006 in Polen is gelegen, gelden ingevolge het bepaalde in art. 3 lid 2 InsVo de gevolgen van de onderhavige insolventieprocedure voor de vennoten alleen ten aanzien van hun goederen die zich op het grondgebied van Nederland bevinden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5efef4e3964df06797a4b015e3866a147f9d9e4fa3e55e7cc226dbf649462a67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5efef4e3964df06797a4b015e3866a147f9d9e4fa3e55e7cc226dbf649462a67, en de alinea staat in dat document op bytes 8046 tot 9270.