Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2010

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BJ9240.

20. Uit de door het Hof genoemde omstandigheid dat verdachte bij het afpersen ook andere jongens inschakelde die namens hem het geld bij [slachtoffer 1] ophaalden volgt, zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet dat deze jongens het slachtoffer tezamen en in vereniging met de verdachte afpersten. Van enige op afpersing gerichte samenwerking blijkt daaruit immers niet.(7) Ook over de omstandigheid dat een ander of anderen dan de verdachte het slachtoffer hebben bedreigd laat het Hof zich in de bewijsmotivering niet uit. Het Hof volstaat met de uit de voorhanden bewijsmiddelen getrokken conclusie dat de verdachte op meerdere momenten van het slachtoffer geld afhandig maakte door deze te bedreigen, onder meer door tegen hem te zeggen dat hij in elkaar geslagen zou worden als hij geen geld zou geven. Of een ander hierbij ook een rol als medepleger heeft gespeeld blijft in de bewijsmotivering onbesproken, hoewel het Hof dat blijkens de bewezenverklaring kennelijk wel bewezen acht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/789055ee7304a7ab3fef537ebd12764e0122a5c6450fae4521a51f76f78ee080. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 789055ee7304a7ab3fef537ebd12764e0122a5c6450fae4521a51f76f78ee080, en de alinea staat in dat document op bytes 26414 tot 27422.