Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2010
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BJ9240.
U vraagt mij naar het vierde feit, de openbare geweldpleging tegen de jongens op de fiets. U vraagt mij of het klopt dat ik op 16 juni op enig moment in Tilburg een aantal fietsers met een auto voorbij ben gereden en dat de jongens die bij mij in de auto zaten geïrriteerd raakten omdat er iets zou zijn geroepen door die fietsers. Dat klopt niet helemaal. Ik had destijds niet door dat de jongens in mijn auto boos waren. Toen ze geïrriteerd waren ontstond er ruzie. Ik ben toen automatisch voor mijn kentekenplaten gaan staan omdat ik anders de pineut zou zijn voor die ruzie. Ik heb niets gedaan. Ik had ze wel moeten stoppen. U zegt mij dat uit andere verklaringen blijkt dat ik wel zou hebben geslagen en geschopt. U houdt mij alleen maar bepaalde verklaringen voor. U kijkt niet naar wat de waarheid is, u wilt mij gewoon schuldig verklaren. De waarheid is dat ik gewoon ben uitgestapt en voor mijn kentekenplaten ben gaan staan."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/789055ee7304a7ab3fef537ebd12764e0122a5c6450fae4521a51f76f78ee080. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 789055ee7304a7ab3fef537ebd12764e0122a5c6450fae4521a51f76f78ee080, en de alinea staat in dat document op bytes 29164 tot 30115.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/789055ee7304a7ab3fef537ebd12764e0122a5c6450fae4521a51f76f78ee080 | shasum -a 256