Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2010

Alinea 174 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK0355.

"Voor toepassing van de klassieke vrijheden (MvH: auteur doelt met name op de vrijheden van artikel 39 en 43 EG) dient er nog steeds sprake te zijn van een grensoverschrijdende activiteit, terwijl die eis niet wordt gesteld voor de toepassing van art. 18 EG-verdrag. (...) Dit roept de vraag op wat nu eigenlijk nog de meerwaarde is van art. 39 (...) en 43 (...) EG-verdrag ten opzichte van art. 18 EG-verdrag? Het ruim uitgelegde art. 18 EG-verdrag biedt uitkomst, indien een beroep op deze klassieke vrijverkeersbepalingen mislukt. Het lijkt er op dat de Europese wetgever, ten tijde van de invoering van de bepalingen over het Europees burgerschap, niet voldoende bewust is geweest van de mogelijkheid dat het HvJ EG het Europees burgerschap als "turbo-katalysator" gebruikt voor het Europees integratieproces en zodoende wellicht art. 39 en 43 EG-verdrag (deels) buitenspel zet."(41)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac3fbd2182da3aba496036c22adc878f0600130207e4fba67e9ed0cf0f1c38bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac3fbd2182da3aba496036c22adc878f0600130207e4fba67e9ed0cf0f1c38bc, en de alinea staat in dat document op bytes 70377 tot 71277.