Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2010
Alinea 248 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK0355.
3.6.3. Hoewel de ter zake van de aanvang van het gebruik van de weg op te leggen naheffingsaanslag ontegenzeggelijk een besluit is, en de inspecteur op grond van artikel 20, lid 1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen ontegenzeggelijk niet de verplichting, doch slechts de bevoegdheid heeft om verschuldigde belasting die niet of niet volledig betaald is na te heffen ('Indien de belasting (...) geheel of gedeeltelijk niet is betaald, kan(65) de inspecteur de (...) belasting naheffen'), en de inspecteur derhalve ruimte heeft om een afweging van de betrokken belangen te maken, komt het mij voor dat de inspecteur in beginsel gehouden is de belastingwet te volgen. Dat blijkt in wezen ook al uit de tweede zinsnede van het hiervoor in 3.6.2 aangehaalde eerste lid van de bepaling.(66) De ruimte die artikel 3:4 van de Awb de inspecteur biedt gaat mijns inziens niet zover dat de inspecteur een wettelijke bepaling - hoe onevenredig deze in een gegeven situatie ook uitpakt - naast zich neer mag leggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac3fbd2182da3aba496036c22adc878f0600130207e4fba67e9ed0cf0f1c38bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac3fbd2182da3aba496036c22adc878f0600130207e4fba67e9ed0cf0f1c38bc, en de alinea staat in dat document op bytes 110952 tot 111976.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ac3fbd2182da3aba496036c22adc878f0600130207e4fba67e9ed0cf0f1c38bc | shasum -a 256