Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2010

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK0355.

5.1.2 In cassatie moet ervan worden uitgegaan - zie punt 4.2 van de hofuitspraak, waartegen belanghebbende geen incidenteel beroep in cassatie heeft ingesteld - dat belanghebbende ten tijde van haar aanhoudingen de auto feitelijk tot haar beschikking had. Vastgesteld moet derhalve worden - zie ook punt 2.2.9 van de bijlage - dat belanghebbende op grond van het bepaalde in artikel 1, lid 5, van de Wet bpm verschuldigd is geworden. Dat belanghebbende de auto slechts gedurende een korte periode in Nederland ter beschikking heeft gehad, doet daar niet aan af, zoals het Hof mijns inziens terecht overweegt in meervermeld punt 4.2 van zijn uitspraak.(13)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac3fbd2182da3aba496036c22adc878f0600130207e4fba67e9ed0cf0f1c38bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac3fbd2182da3aba496036c22adc878f0600130207e4fba67e9ed0cf0f1c38bc, en de alinea staat in dat document op bytes 15810 tot 16479.