Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2010

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK0360.

5.1.2 Belanghebbende voert in haar verweerschrift in cassatie voor het eerst aan dat zij meent dat de auto tijdens het ritje op 18 januari 2005 haar niet feitelijk ter beschikking stond. Wat er ook zij van deze stelling, nu deze eerder in de procedure niet is ingenomen, en beoordeling daarvan een nader feitelijk onderzoek zou vergen, kan daarop niet eerst in cassatie met succes een beroep op worden gedaan - óók niet indien de stelling verwoord zou zijn als incidenteel beroep in cassatie. In cassatie moet er derhalve van uit worden gegaan dat belanghebbende ten tijde van haar aanhouding de auto feitelijk tot haar beschikking had. Dat belanghebbende de auto slechts gedurende een korte periode de auto in Nederland ter beschikking heeft gehad, doet daar niet aan af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb26facdf7b94f9acebd9c75f2751480ffacafed64109599aa6fb7c0bce94846. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb26facdf7b94f9acebd9c75f2751480ffacafed64109599aa6fb7c0bce94846, en de alinea staat in dat document op bytes 16771 tot 17558.