Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2010

Alinea 86 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK0871.

In het licht van het bovenstaande had het hof moeten onderzoeken - door de desbetreffende grieven te beoordelen - of en in hoeverre de door het Hoogheemraadschap gestelde voorwaarde redelijk is en had het hof vervolgens - wanneer het de voorwaarde van het Hoogheemraadschap onredelijk had bevonden - moeten beoordelen of de vervangende machtiging onvoorwaardelijk moest worden verleend dan wel met aanpassing in redelijkheid van de voorwaarde. Het verzoek (in hoger beroep) om machtiging tot ongewijzigde overdracht van het erfpachtsrecht, staat wél eraan in de weg dat onvoorwaardelijke vervangende toestemming wordt verleend ingeval het hof tot de slotsom zou komen dat aan de vervangende toestemming voorwaarden moeten worden verbonden, doch staat niet eraan in de weg dat het hof had te beoordelen of de door het Hoogheemraadschap gestelde voorwaarde redelijk is. Deze beoordeling zou immers kunnen leiden tot de slotsom dat onvoorwaardelijke vervangende toestemming kan worden verleend. Bijgevolg slaagt de rechtsklacht van middelonderdeel 3.1. De subsidiair voorgestelde motiveringsklacht behoeft derhalve geen bespreking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/402bbd7ed9cf7778fdf3c3d22387b0dad1542cb182619aab17c4ab3c6f52c3e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 402bbd7ed9cf7778fdf3c3d22387b0dad1542cb182619aab17c4ab3c6f52c3e9, en de alinea staat in dat document op bytes 45402 tot 46545.