Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2010
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK1513.
Overigens merkt het hof ten aanzien van dit geschilpunt op dat uit het geleden verlies van B in de jaren 2002, 2003 en 2004 niet zondermeer de conclusie kan worden getrokken dat er geen sprake is van een bron van inkomen. Daarvoor is immers niet beslissend dat er geen winst is gemaakt, maar of er redelijkerwijs winst te verwachten is. De omstandigheid dat belanghebbende voor een onderdeel van de activiteiten van B, de zogenaamde "roestvrijstaalactiviteiten", een persoon heeft aangenomen die wegens ziekte uitviel terwijl de orderportefeuille - naar belanghebbende ter zitting onweersproken heeft gesteld - goed gevuld was, vormt naar het oordeel van het hof een sterke aanwijzing dat er ter zake van die werkzaamheden een reële winstverwachting aanwezig is geweest die door externe omstandigheden niet kon worden verwezenlijkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/64cbda0f0e7e895de69e68c4d5068fa116d70b6e3f3eecc35f759cec3bc5476b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 64cbda0f0e7e895de69e68c4d5068fa116d70b6e3f3eecc35f759cec3bc5476b, en de alinea staat in dat document op bytes 12497 tot 13343.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/64cbda0f0e7e895de69e68c4d5068fa116d70b6e3f3eecc35f759cec3bc5476b | shasum -a 256