Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2010

Alinea 293 Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK4476.

4.13 Hoofdregel bij de beoordeling van het aanbod om bewijs te leveren (art. 166 lid 1 Rv.) is dat een partij die aanbiedt haar stelling(en) door middel van het horen van getuigen te bewijzen, in beginsel recht daarop heeft. De rechter heeft mitsdien niet veel vrijheid wat betreft het passeren van een bewijsaanbod, tenzij getuigenbewijs niet door de wet is toegelaten, het aanbod geen betwiste feiten betreft of die feiten niet tot beslissing van de zaak kunnen leiden. De rechter mag alleen aan een bewijsaanbod van een partij voorbijgaan met een voldoende en rechtens juiste motivering, bijvoorbeeld omdat het aanbod te vaag is/te weinig gespecificeerd of niet serieus is bedoeld of niet ter zake dienend/niet doorslaggevend voor de beslissing van het geschil en/of tardief (75).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5450a2fac02ed74924b704d42b5487636bb8af139eebefb80cd6840e7309d2a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5450a2fac02ed74924b704d42b5487636bb8af139eebefb80cd6840e7309d2a3, en de alinea staat in dat document op bytes 97340 tot 98137.