Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2010

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK4549.

2.9. In het arrest van 16 februari 2006 in dit procesincident heeft het hof overwogen dat, anders dan de Staat en de belangenorganisaties hadden beweerd, de SGP zowel bij voeging als bij tussenkomst "een eigen positie kan en mag innemen door het aanvoeren van eigen argumenten die, ook in het geval van voeging, niet volledig hoeven overeen te stemmen met de argumenten van de Staat." Het hof zag het onderscheid hierin, dat bij voeging de zijde van één der procespartijen wordt gekozen uitsluitend met het oog op de toe- of afwijzing van de vordering in de hoofdzaak, terwijl bij tussenkomst de derde een zelfstandige vordering wenst in te stellen, gericht tegen de beide procespartijen in de hoofdzaak. Uit hetgeen door de SGP is aangevoerd valt niet op te maken dat zij enige zelfstandige vordering wil instellen (rov. 3 hof). Bijgevolg heeft het hof bepaald dat de SGP wordt toegelaten als gevoegde partij aan de zijde van de Staat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b02ce3aedbd87da4acc2bd72d19070c3161c19b58b0ce82a14b0bb9dbd92691. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b02ce3aedbd87da4acc2bd72d19070c3161c19b58b0ce82a14b0bb9dbd92691, en de alinea staat in dat document op bytes 17514 tot 18466.