Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2010

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK4549.

3.6. Onderdeel 2 bestrijdt de beslissing dat aan het bepaalde in art. 7, aanhef en onder a en c, Vrouwenverdrag, in ieder geval vanaf het woord "verzekeren", rechtstreeks werking in de Nederlandse rechtsorde toekomt (rov. 4.2 - 4.7). Onderdeel 2.2 (onderdeel 2.1 bevat geen klacht) klaagt dat het hof miskent dat de inhoud van de verdragsbepaling beslissend is. Volgens de klacht moet de vraag worden gesteld of de desbetreffende verdragsbepaling de wetgever verplicht tot het treffen van een regeling met een specifieke inhoud, of van dien aard is dat de bepaling in de nationale rechtsorde zonder meer als objectief recht kan functioneren. Met de term "verzekeren" in art. 7 Vrouwenverdrag is weliswaar bedoeld een resultaat voor te schrijven dat door de verdragsstaten moet worden behaald, maar aan de verdragsstaten is overgelaten langs welke weg dit resultaat kan worden bereikt. Daarmee laat het verdrag aan de verdragsstaten een beoordelingsvrijheid. Hetzelfde geldt voor de door het hof aangenomen rechtstreekse werking van de artikelen 25 en 26 IVBPR, aldus onderdeel 2.3.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b02ce3aedbd87da4acc2bd72d19070c3161c19b58b0ce82a14b0bb9dbd92691. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b02ce3aedbd87da4acc2bd72d19070c3161c19b58b0ce82a14b0bb9dbd92691, en de alinea staat in dat document op bytes 29754 tot 30848.