Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2010

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK4549.

3.21. Onderdeel 3.7 klaagt over de gevolgtrekking (in rov. 5.5, uitgewerkt in rov. 5.6 - 5.10), dat de Staat met de thans bestaande wet- en regelgeving onvoldoende uitvoering heeft gegeven aan de verplichting die art. 7 Vrouwenverdrag op de Staat legt. Voor zover deze klacht voortbouwt op de vorige middelonderdelen faalt zij op dezelfde gronden. Het middelonderdeel klaagt ook dat het hof miskent dat art. 7, aanhef en onder c, Vrouwenverdrag de Staat niet een onbeperkte plicht oplegt om tegen iedere geconstateerde discriminatie van vrouwen op te treden. Volgens de SGP laat deze verdragsbepaling de wetgever en de tot handhaving bevoegde autoriteiten in de verdragsstaten een beoordelingsvrijheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b02ce3aedbd87da4acc2bd72d19070c3161c19b58b0ce82a14b0bb9dbd92691. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b02ce3aedbd87da4acc2bd72d19070c3161c19b58b0ce82a14b0bb9dbd92691, en de alinea staat in dat document op bytes 45265 tot 45981.