Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010

Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK4933.

4.12 Het hof acht het niet op voorhand ondenkbaar dat onder omstandigheden een vennootschap met de pachter kan worden vereenzelvigd, in die zin dat de inbreng van het gepachte in die vennootschap ook zonder toestemming van de verpachter aan de pachter vrij staat en bovendien dat de pachter - tegen de achtergrond van het beginsel zoals dat ten grondslag ligt aan artikel 7:419 Burgerlijk Wetboek - vergoeding van door de vennootschap geleden schade kan vorderen, als betrof het zijn eigen schade. Indien van het bestaan van de mogelijkheid van een zodanige vereenzelviging inderdaad mag worden uitgegaan, zal echter in ieder geval de eis moeten worden gesteld dat de pachter (behalve enig aandeelhouder, althans grootaandeelhouder) bestuurder van de bedoelde vennootschap is, omdat anders door de pachter de zeggenschap over het gepachte wordt prijsgegeven, hetgeen onverenigbaar zou zijn met de gehoudenheid van de pachter om het gepachte persoonlijk te gebruiken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bee1bd4518e4c19518bed48e7be846af579419cea6250b1ad18723a067b03bd6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bee1bd4518e4c19518bed48e7be846af579419cea6250b1ad18723a067b03bd6, en de alinea staat in dat document op bytes 31611 tot 32590.