Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010

Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK4933.

3.2 Het middel formuleert in onderdeel 1.1 de algemene klacht dat de rov. 4.5-4.14 en het dictum rechtens onjuist althans gelet op de inhoud van de gedingstukken onbegrijpelijk zijn. Onderdeel 1.7 (de onderdelen 1.2-1.6 bevatten geen zelfstandige klachten) betoogt dat [eiseres], anders dan het hof in rov. 4.8 heeft geoordeeld, wel degelijk schade heeft geleden, nu zij pachtster was van het gehele perceel en met betrekking tot het gedeelte groot 41 are die grond niet voor het opkweken van bomen en struiken in de grond heeft kunnen aanwenden. Het hof heeft niet onderkend dat op de grond van het gepachte Haaglanden Groenvoorzieningen B.V. bomen in potten had geplaatst; er werd dus gebruik gemaakt van de bovengrond op basis van een soort onderverpachting. De ondergrond is evenwel die geweest, welke vol puin e.d. zat en daarom ongeschikt was voor het opkweken van bomen en struiken in de grond in de hier betrokken periode 1982-1993, terwijl de toewijzende vordering ten laste van de Staat tot het verwijderen van in de grond van het gepachte aanwezig puin bij onherroepelijk geworden vonnis van de pachtkamer van 25 juni 2002 is gegeven en de Staat eerst in april 2006 daadwerkelijk aan de inhoud van dat vonnis heeft voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bee1bd4518e4c19518bed48e7be846af579419cea6250b1ad18723a067b03bd6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bee1bd4518e4c19518bed48e7be846af579419cea6250b1ad18723a067b03bd6, en de alinea staat in dat document op bytes 34080 tot 35327.