Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010

Alinea 89 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK4933.

3.4 Middel II richt zich eveneens tegen de rov. 4.5-4.14, alsmede het dictum van het bestreden arrest. Het middel formuleert in onderdeel 2.1 de algemene klacht dat de rov. 4.5-4.14 en het dictum rechtens onjuist dan wel gelet op de inhoud van de gedingstukken onbegrijpelijk zijn. In onderdeel 2.2 wordt verwezen naar middel I en wordt voorts betoogd dat, daarvan uitgaande, heeft te gelden dat [eiseres] steeds pachtster is geweest of gebleven gedurende de hier betrokken periode 1982-2006. Toen bij onherroepelijk geworden vonnis van de pachtkamer van 25 juni 2002 kwam vast te staan dat de Staat verantwoordelijk is voor het in de grond van het gepachte aanwezige puin, handelde de Staat vervolgens onrechtmatig door geen uitvoering te geven aan dat vonnis dat tot zijn veroordeling tot het verwijderen van het in die grond aanwezige puin strekte. Die of zodanige schadevordering is derhalve niet verjaard. Onderdeel 2.3 betoogt dat de in rov. 4.2 van het arrest bedoelde vordering tot vergoeding van schade, bestaande uit diverse posten, waaronder schade aan bomen en struiken en inkomensschade, dan ook voor toewijzing in aanmerking komt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bee1bd4518e4c19518bed48e7be846af579419cea6250b1ad18723a067b03bd6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bee1bd4518e4c19518bed48e7be846af579419cea6250b1ad18723a067b03bd6, en de alinea staat in dat document op bytes 38774 tot 39931.