Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK4947.

2.7 Overigens wordt in de memorie van toelichting op art. 292 ook nog verwezen naar art. 219 Fw, waarin is bepaald dat de schuldenaar hoger beroep kan instellen van de beslissing waarbij de rechtbank het surseanceverzoek heeft afgewezen. Het gerechtshof te Amsterdam heeft in het verleden zowel geoordeeld dat, indien de schuldenaar niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn surseanceverzoek, er wel hoger beroep openstaat (hof Amsterdam 15 juni 1960, NJ 1960, 504), als dat er geen hoger beroep openstaat (hof Amsterdam 15 februari 1932, NJ 1932, p. 911). Wessels(9), Van Sint Truiden(10) en De Ruuk(11) vermelden deze tegengestelde uitspraken zonder zelf positie te kiezen. Vreeswijk(12) is onder verwijzing naar hof Amsterdam 1960 van mening dat de schuldenaar ook in het geval van niet-ontvankelijkverklaring in appel kan komen, terwijl Van Dam zich in zijn commentaar op art. 219 uit 1935(13) aansluit bij de uitspraak van het hof Amsterdam van 15 februari 1932.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fc44621731e06f38a05ea18943df1b40841c2d3d4541cc356c192174f78c950. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fc44621731e06f38a05ea18943df1b40841c2d3d4541cc356c192174f78c950, en de alinea staat in dat document op bytes 13341 tot 14322.