Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK4947.
"(...) [Verzoeker] heeft zijn stelling op geen enkele wijze met bewijs gestaafd of anderszins aannemelijk gemaakt, zodat het niet afhalen van voormelde enveloppe met inhoud - met als gevolg daarvan het verstrijken van de in artikel 3 Fw genoemde fatale termijn van veertien dagen - geheel voor zijn risico blijft. De tekst en de strekking van artikel 3 Fw bieden geen ruimte om, zoals door [verzoeker] wordt betoogd, aan te nemen dat het hier niet zou gaan om een fatale termijn."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fc44621731e06f38a05ea18943df1b40841c2d3d4541cc356c192174f78c950. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fc44621731e06f38a05ea18943df1b40841c2d3d4541cc356c192174f78c950, en de alinea staat in dat document op bytes 15191 tot 15684.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7fc44621731e06f38a05ea18943df1b40841c2d3d4541cc356c192174f78c950 | shasum -a 256