Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK4947.

Art. 3 Fw bepaalt in het eerste lid dat indien een verzoek tot faillietverklaring een natuurlijk persoon betreft en hij geen verzoekschrift heeft ingediend tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, de griffier terstond aan hem bij brief kennis geeft dat hij binnen veertien dagen na de dag van verzending van die brief een verzoekschrift als bedoeld in art. 284 Fw kan indienen. Gedurende de termijn van veertien dagen is de behandeling van het verzoek tot faillietverklaring volgens het tweede lid geschorst. Art. 3a lid 1 Fw schrijft vervolgens voor dat indien een WSNP-verzoek en een verzoek of vordering tot faillietverklaring tegelijkertijd aanhangig zijn, het WSNP-verzoek het eerst aan bod komt. Het tweede lid van art. 3a voegt hieraan toe dat de behandeling van het verzoek tot faillietverklaring wordt geschorst totdat bij in kracht van gewijsde gegane uitspraak is beslist op het verzoek tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling. Op de voet van art. 3b Fw ten slotte blijven de art. 3 en 3a buiten toepassing indien een verzoek of vordering tot faillietverklaring een schuldenaar betreft ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling van toepassing is

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fc44621731e06f38a05ea18943df1b40841c2d3d4541cc356c192174f78c950. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fc44621731e06f38a05ea18943df1b40841c2d3d4541cc356c192174f78c950, en de alinea staat in dat document op bytes 19198 tot 20428.