Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK4947.
3.11 Terwijl art. 3b Fw vooral een anti-misbruikbepaling is(23), zijn met name de art. 3 en 3a Fw ingegeven door de gedachte dat zoveel mogelijk moet worden tegengegaan dat een natuurlijk persoon failleert(24), nu de resterende schuldeisers (tenzij het faillissement eindigt door middel van een akkoord) na beëindiging van het faillissement op de gewone wijze hun rechten kunnen uitoefenen(25). Daarom bepaalt art. 3a Fw dat bij gelijktijdige aanhangigheid van een verzoek tot faillietverklaring en een verzoek tot het toepasselijk verklaren van de schuldsaneringsregeling het laatste voorgaat, terwijl die gelijktijdige aanhangigheid krachtens art. 3 Fw kan worden bewerkstelligd doordat de griffier de failliet/saniet in spe op de hoogte stelt van de mogelijkheid om een verzoek tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling in te dienen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fc44621731e06f38a05ea18943df1b40841c2d3d4541cc356c192174f78c950. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fc44621731e06f38a05ea18943df1b40841c2d3d4541cc356c192174f78c950, en de alinea staat in dat document op bytes 21038 tot 21914.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7fc44621731e06f38a05ea18943df1b40841c2d3d4541cc356c192174f78c950 | shasum -a 256