Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2010
Alinea 243 Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK5196.
Zelfs kan deze eenheid allereerst, of zelfs uitsluitend, bestaan in de voorstelling van hem, die de beleediging uitspreekt. Het behoort tot het wezen van de ongegronde, de "lasterlijke" beleediging, dat zij een onwaar feit of een niet-bestaande eigenschap aanwrijft. Onder de voorgestelde bepalingen zullen dus beleedigende uitlatingen vallen betreffende iedere categorie van personen, welke in de beleedigende uitlatingen vallen door een gemeenschappelijk kenmerk of door een gemeenschappelijke aanduiding - wat in wezen hetzelfde is - wordt sarnengevat, dus bijv. uitlatingen over de Joden, de predikanten, de geestelijkheid, "de drankbestrijders", enz. Alle soortgelijke uitlatingen hebben de strekking groepen van de bevolking tegen elkaar op te zetten. Zij zijn maatschappelijk ongewenscht. Uitlatingen in beleedigen den vorm zijn ook nimmer te rechtvaardigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efd10a39e11aea6aff71ca5a1d27d6cf519d272af2f236758a84fc57c506a265. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efd10a39e11aea6aff71ca5a1d27d6cf519d272af2f236758a84fc57c506a265, en de alinea staat in dat document op bytes 97983 tot 98861.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efd10a39e11aea6aff71ca5a1d27d6cf519d272af2f236758a84fc57c506a265 | shasum -a 256