Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2010
Alinea 294 Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK5196.
Deze bepalingen (art. 137c nieuw en 137d nieuw; WHV) beogen uitlatingen, welke een grove aantasting vormen van de eer van tot bepaalde groepen behorende mensen of hun elementaire rechtsgoederen bedreigen, uit het openbare leven te bannen. In het algemene gedeelte van deze memorie is reeds uiteengezet, waarom naast raciale ook godsdienstige groepen zijn genoemd. Gelijke aanspraak op bescherming komt toe aan sommige levensbeschouwelijke groepen die niet worden gekenmerkt doordat degenen die daartoe behoren een gemeenschappelijke godsdienst zijn toegedaan. Zo zal opzettelijke belediging van atheïsten als groep onder de werking van de strafwet behoren te vallen. Teneinde te doen uitkomen, dat de bescherming zich slechts uitstrekt tot groepen mensen die fundamentele opvattingen gemeen hebben, en niet tot iedere groep die een ideëel doel nastreeft, zijn de woorden "of de grondslag van hun levensbeschouwing" gekozen."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efd10a39e11aea6aff71ca5a1d27d6cf519d272af2f236758a84fc57c506a265. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efd10a39e11aea6aff71ca5a1d27d6cf519d272af2f236758a84fc57c506a265, en de alinea staat in dat document op bytes 116960 tot 117899.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efd10a39e11aea6aff71ca5a1d27d6cf519d272af2f236758a84fc57c506a265 | shasum -a 256