Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2010

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK5516.

Ten aanzien van de betrokkenheid van verdachte, overweegt het hof als volgt. Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 24 april 2007 met betrekking tot de akte D/134 verklaard dat het zijn handschrift zou kunnen zijn en dat de paraaf telkens rechtsonder aan de pagina's van die akte van hem is. Nu van het tegendeel niet is gebleken en het hof ook grote gelijkenis vertonende handtekeningen ziet onder de door verdachte ondertekende "Duitse stukken" (D/326-4 9/13 en 11/13, D/326-5 12/21. D/326-6 9/12, D/327 5/30 en 9/30), kan derhalve naar het oordeel van het hof worden bewezen dat verdachte de betreffende akte eveneens heeft ondertekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf2d09d400ea1999e52f230a32d1469d3d55349a42b3de81840b95dd9833f8cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf2d09d400ea1999e52f230a32d1469d3d55349a42b3de81840b95dd9833f8cb, en de alinea staat in dat document op bytes 15569 tot 16239.