Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK5992.

2.5. Uit de tekst van art. 41 en art. 41a Wet Bopz volgt dat de klachtzaak is geëindigd indien en voor zover de klachtencommissie de klacht gegrond heeft verklaard(13). Hieruit volgt weer dat, indien en voor zover de klacht door de klachtencommissie gegrond is verklaard, de rechtbank niet de vrijheid heeft om de klacht alsnog ongegrond te verklaren. Steun voor deze opvatting meen ik ook te vinden in de discussie in het parlement over de vraag of, indien een klacht door de klachtencommissie geheel of gedeeltelijk gegrond is verklaard, de behandelaar die beslissing ter toetsing aan de rechtbank kan voorleggen. Die vraag is ontkennend beantwoord(14). De door verweerder aangevoerde omstandigheid dat betrokkene ervoor gekozen heeft zijn klachten in volle omvang aan de rechtbank voor te leggen, brengt in het wettelijk systeem geen verandering. De slotsom is dat deze rechtsklacht slaagt. De Hoge Raad zou dit punt eventueel zelf kunnen afdoen door te dien aanzien de bestreden beslissing van de rechtbank te vernietigen en verzoeker in zijn verzoek aan de rechtbank op dit punt niet-ontvankelijk te verklaren, waarna de partiële gegrondverklaring door de klachtencommissie herleeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efbbbad7936b1c1d8751851bdc973eaa297a12a3f7dbb88ce460d787f50cc09d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efbbbad7936b1c1d8751851bdc973eaa297a12a3f7dbb88ce460d787f50cc09d, en de alinea staat in dat document op bytes 11826 tot 13029.