Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK5992.

2.10. De steller van het middel zal hebben bedoeld dat een gegrondbevinding sec van de klacht over de dwangbehandeling mogelijk is, zonder hieraan het rechtsgevolg van vernietiging van de beslissing van de behandelaar tot toepassing van dwang te verbinden. Een dergelijke wetsuitleg acht ik moeilijk te rijmen met het systeem van art. 41 en 41a Wet Bopz. Als er een beslissing tot dwangbehandeling is genomen waaraan niets mankeert, en slechts door de geneesheer-directeur verzuimd is hiervan melding te doen aan de inspectie, valt de klacht buiten de categorie van klachten waarvoor art. 41 lid 1 Wet Bopz is bedoeld. Wel houd ik voor mogelijk dat betrokkene over het niet nakomen van de meldingsplicht een klacht indient op de voet van de Wet klachtrecht cliënten zorgsector (Stb. 1995, 308). In dat geval komt betrokkene uit bij de klachtencommissie op grond van die wet en volgt er geen externe klachtbehandeling door de rechtbank. De rechtsklacht faalt om deze redenen. De subsidiaire motiveringsklacht stuit op het voorgaande af en behoeft verder geen bespreking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efbbbad7936b1c1d8751851bdc973eaa297a12a3f7dbb88ce460d787f50cc09d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efbbbad7936b1c1d8751851bdc973eaa297a12a3f7dbb88ce460d787f50cc09d, en de alinea staat in dat document op bytes 16814 tot 17897.