Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK5992.

2.13. Voor zover de Hoge Raad aan deze klacht toekomt, geeft de bestreden redenering hetzij blijk van een onjuiste rechtsopvatting, hetzij is zij zonder nadere motivering onbegrijpelijk. De rechtbank heeft in feite in het midden gelaten of de melding als bedoeld in art. 39 lid 3 Wet Bopz (de eerste melding) is gedaan. Als tien dagen later een melding ex art. 38c lid 5 wordt gedaan en ergens op het meldingsformulier wordt aangetekend dat in de voorafgaande week middelen en maatregelen zijn toegepast ("na 7 dagen noodsituatie"), is dat m.i. niet een behoorlijke melding van de toepassing van middelen en maatregelen, zo spoedig mogelijk na aanvang daarvan, zoals vereist door art. 39 lid 3 Wet Bopz.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efbbbad7936b1c1d8751851bdc973eaa297a12a3f7dbb88ce460d787f50cc09d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efbbbad7936b1c1d8751851bdc973eaa297a12a3f7dbb88ce460d787f50cc09d, en de alinea staat in dat document op bytes 20115 tot 20831.