Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK5992.

2.16. Het ziekenhuis heeft in de procedure bij de rechtbank aangevoerd dat het hier gaat om een vrijheidsbeperking die rechtstreeks voortvloeit uit de beslissing tot separatie. Voor het overige achtte het ziekenhuis het duidelijk dat de toestand van betrokkene van dien aard was dat beperking van de bewegingsvrijheid onvermijdelijk was(18). De rechtbank (blz. 6) heeft overwogen "dat er voldoende is aangetoond dat de beperking van bewegingsvrijheid, tijdens en na de dwangbehandeling, onvermijdelijk was". Het middelonderdeel komt erop neer, dat dit niet een adequate weerlegging van de desbetreffende klacht oplevert. Er is niet gebleken van een (schriftelijke) beslissing tot beperking van de bewegingsvrijheid noch van een melding aan de geneesheer-directeur, zoals het vijfde lid van art. 40 Wet Bopz voorschrijft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efbbbad7936b1c1d8751851bdc973eaa297a12a3f7dbb88ce460d787f50cc09d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efbbbad7936b1c1d8751851bdc973eaa297a12a3f7dbb88ce460d787f50cc09d, en de alinea staat in dat document op bytes 22695 tot 23529.