Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK5992.

2.17. Zolang betrokkene in de separeerruimte verblijft, vloeit de beperking van de bewegingsvrijheid rechtstreeks voort uit de beslissing tot separatie. Wanneer betrokkene niet langer in de separeerruimte verblijft omdat de separatie wordt onderbroken om betrokkene tijdelijk terug te plaatsen op de afdeling (al dan niet in het kader van een `mobilisatieschema') dan wel omdat de separatie is beëindigd, geniet hij de normale bewegingsvrijheid in en rond het ziekenhuis overeenkomstig de geldende huisregels. Een beperking in dit recht op bewegingsvrijheid vereist een beslissing als bedoeld in art. 40 Wet Bopz. Deze beslissing kan afzonderlijk of tegelijk met de beslissing tot separatie worden genomen. Uit het nieuwe art. 40a Wet Bopz volgt dat dit een schriftelijke, gemotiveerde beslissing moet zijn. In het verweerschrift in cassatie (onder 6) voert het ziekenhuis aan dat er in noodsituaties geen tijd is om een gemotiveerd besluit op schrift te stellen alvorens een maatregel te nemen. In alinea 2.13 van mijn conclusie voor HR 10 juli 2009 (LJN: BI5924, reeds aangehaald), heb ik het standpunt verdedigd dat art. 3:47 lid 3 Awb in spoedeisende gevallen (overeenkomstig) kan worden toegepast.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efbbbad7936b1c1d8751851bdc973eaa297a12a3f7dbb88ce460d787f50cc09d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efbbbad7936b1c1d8751851bdc973eaa297a12a3f7dbb88ce460d787f50cc09d, en de alinea staat in dat document op bytes 23549 tot 24766.