Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2010

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK7671.

2.16. De klacht onder 3.d is reeds behandeld bij onderdeel 1. Ter aanvulling op alinea 2.8 kan nog het volgende worden opgemerkt. Ook indien ervan wordt uitgegaan dat voor risico van Bera Holding kwam dat zij met vertraging kennis nam van de bankafschriften waaruit de omstreden overboekingen konden blijken - omdat zij zelf de bank had verzocht de bankafschriften niet naar Suriname maar naar het kantoor van een vennootschap van [betrokkene 2] in Nederland te sturen -, blijft staan dat het hof een argument mocht ontlenen aan het feit dat ING wist dat Bera Holding ([betrokkene 1]) met vertraging van de overboekingen kennis nam en dus aan het uitblijven van een onmiddellijk protest niet zonder meer het vertrouwen mocht ontlenen dat [betrokkene 2] over een toereikende volmacht beschikte. Het bestreden oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33be77a08dc4ffea7bb47974e89e3bf973ffe69053d00e34238f7c818f69ee97. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33be77a08dc4ffea7bb47974e89e3bf973ffe69053d00e34238f7c818f69ee97, en de alinea staat in dat document op bytes 27367 tot 28246.