Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 maart 2010

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 5 maart 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 maart 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK8635.

Voor zover met het middel wordt bedoeld te klagen dat het hof heeft miskend dat op [verweerder] een wettelijke verplichting rust tot het afgeven van tot de failliete boedel behorende goederen c.q. de verkoopwaarde daarvan, zodat de curator met betrekking tot deze verplichting geen stelplicht heeft, faalt het eveneens. Het hof heeft het bestaan van zulk een wettelijke verplichting in algemene zin - welke mijns inziens voortvloeit uit de gehoudenheid van de failliet tot het verlenen van alle voor het beheer en de vereffening van de boedel vereiste medewerking(4) - niet miskend. Het was evenwel aan de curator om concrete feiten en omstandigheden te stellen die het oordeel kunnen dragen dat [verweerder] in voormelde verplichting is tekortgeschoten. De curator heeft zich in dit verband beroepen op met [verweerder] gemaakte afspraken tot afgifte c.q. vergoeding van met name genoemde goederen. Het aan het hof als feitenrechter voorbehouden oordeel dat de curator, in het licht van de gemotiveerde betwisting van [verweerder], op dit punt onvoldoende heeft gesteld, is niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5bfbfb2b3365235a327cdc2cd8a686ad6ea1eb8db25e95d72044381e166e9be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5bfbfb2b3365235a327cdc2cd8a686ad6ea1eb8db25e95d72044381e166e9be, en de alinea staat in dat document op bytes 15059 tot 16167.