Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 maart 2010

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 5 maart 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 maart 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK8635.

2.9 Het derde lid van art. 87 F. staat steeds verlenging van de faillissementsgijzeling toe voor ten hoogste dertig dagen. Deze bepaling derogeert aan de algemene regeling van art. 589, eerste lid Rv. In verband met de zwaarwegende belangen van met name de gezamenlijke schuldeisers in een faillissement oordeelt de wetgever de in de algemene regeling vervatte beperking van de gijzelingsduur tot maximaal een jaar niet opportuun.(16) De rechter dient bij de beoordeling van het verlengingsverzoek mede te onderzoeken of de ten tijde van zijn beschikking bestaande grond voor inbewaringstelling een voortgezette inbreuk op het recht op persoonlijke vrijheid van de gefailleerde nog rechtvaardigt. Daartoe zal hij steeds het recht op persoonlijke vrijheid - dat naarmate de vrijheidsberoving langer duurt zwaarder gewicht in de schaal werpt - moeten afwegen tegen de bij de inbewaringstelling betrokken belangen.(17) In de literatuur wordt verdedigd dat een belangenafweging ook dient plaats te vinden bij de beoordeling van het oorspronkelijke verzoek.(18)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5bfbfb2b3365235a327cdc2cd8a686ad6ea1eb8db25e95d72044381e166e9be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5bfbfb2b3365235a327cdc2cd8a686ad6ea1eb8db25e95d72044381e166e9be, en de alinea staat in dat document op bytes 21342 tot 22411.