Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 maart 2010
Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 5 maart 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 maart 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK8635.
2.12.3 Aan het voorgaande doet naar mijn mening niet af de door [verweerder] in zijn verweerschrift aangehaalde uitspraak van HR 11 december 1981, NJ 1982, 349. Dit arrest staat in de sleutel van de vraag of het in art. 87 lid 1 F. bedoelde bevel uitvoerbaar bij voorraad is. De Hoge Raad vindt voor bevestigende beantwoording van deze vraag onder meer steun in de bepalingen van art. 4 lid 3 F. en art. 87 leden 2 en 3 F.; deze bepalingen wijzen er naar het oordeel van de Hoge Raad op dat aan de wetgever onmiddellijke tenuitvoerlegging voor ogen heeft gestaan, niettegenstaande enige tegen het bevel gerichte voorziening. Aan het arrest kan worden ontleend dat een bevel ex art. 87 lid 1 F. geacht wordt uitvoerbaar bij voorraad te zijn opdat het door het OM onmiddellijk ten uitvoer kan worden gelegd. Anders dan [verweerder] voorstaat, biedt het arrest evenwel geen steun voor de lezing dat het bevel ook altijd onmiddellijk ten uitvoer moet worden gelegd, en nog minder voor de gedachte dat op de curator een verplichting zou rusten toe te zien op onmiddellijke tenuitvoerlegging. Evenmin kan dit worden afgeleid uit de verwijzing in het arrest naar de koppeling van "de geldigheidsduur van het bevel" in art. 87 lid 3 F. aan de dag van tenuitvoerlegging. Integendeel. Gelijk hiervoor aan de orde kwam, blijft de rechtskracht van het bevel behouden zolang niet tot onmiddellijke tenuitvoerlegging wordt overgegaan; de 30 dagen-termijn ziet niet op de rechtskracht van het bevel, maar op de feitelijke duur van de inbewaringstelling. Hoewel de "betrokken belangen" - waarbij, aldus de Hoge Raad in voornoemd arrest, valt te denken aan het belang van nakoming door de gefailleerde van zijn wettelijke verplichting tot het verschaffen van inlichtingen ex art. 105 F. - kunnen meebrengen dat onmiddellijke tenuitvoerlegging is aangewezen, dient overigens niet uit het oog te worden verloren dat het bij voorbaat tenuitvoerleggen van rechterlijke uitspraken niet zonder risico's is en dat, zeker waar het gaat om tenuitvoerlegging bij lijfsdwang, de nodige voorzichtigheid is geboden. Vergelijk Beekhoven van den Boezem die in zijn commentaar bij art. 589 Rv spreekt van "de zware belasting, die dit indirecte dwangmiddel uitoefent op de psyche van de schuldenaar".(19) Teneinde onnodig leed bij de schuldenaar te voorkomen kan het, waar tenuitvoerlegging nog wel even kan wachten, - hetgeen het geval zal kunnen zijn indien, gelijk in onderhavig geval, aan een verzoek om inbewaringstelling reeds een lange periode is voorafgegaan waarin de curator diverse malen om informatie heeft verzocht(20) - raadzaam zijn de uitspraak in hoger beroep of cassatie nog even af te wachten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5bfbfb2b3365235a327cdc2cd8a686ad6ea1eb8db25e95d72044381e166e9be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5bfbfb2b3365235a327cdc2cd8a686ad6ea1eb8db25e95d72044381e166e9be, en de alinea staat in dat document op bytes 29142 tot 31834.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a5bfbfb2b3365235a327cdc2cd8a686ad6ea1eb8db25e95d72044381e166e9be | shasum -a 256