Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2010

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK9727.

13. Het voorgaande betekent dat ik met het Hof van oordeel ben dat in gevallen als de onderhavige het uitgangspunt steeds (dus ongeacht de aard van de gemaakte fout) mag zijn dat de officier van justitie geacht moet worden het juiste rechtsmiddel te hebben willen instellen. Het betekent echter ook dat ik niet de opvatting van het Hof deel dat geen onderscheid gemaakt behoeft te worden tussen de raadsman en de officier van justitie. Als de raadsman een verkeerd rechtsmiddel aanwendt, is conversie in beginsel, ongeacht de fase waarin het geding zich bevindt, aangewezen. Als de officier van justitie een verkeerd rechtsmiddel aanwendt, hangt het van de procedurele gevolgen af of de fout kan worden gepardonneerd. Dat vergt een belangenafweging, die achterwege kan blijven als het om fouten van de verdachte of zijn raadsman gaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7003862d4c2570ec21e1a0a0e95cf7b359b701911b9c5807024f565e8aad7594. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7003862d4c2570ec21e1a0a0e95cf7b359b701911b9c5807024f565e8aad7594, en de alinea staat in dat document op bytes 15519 tot 16366.