Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2010

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL0539.

4.4. Het middel slaagt. Uit de bestreden rechtsoverweging 3.5.2 kan niet worden afgeleid dat het hof bedoelde vergelijking heeft gemaakt. Aldus heeft het hof hetzij (inderdaad) miskend dat bij de beoordeling van de vraag of [verweerder] schade heeft geleden een vergelijking moet worden gemaakt tussen de financiële situatie waarin [verweerder] zich thans bevindt en die waarin hij zich zou hebben bevonden indien de verweten gedraging achterwege was gebleven. Indien het hof deze regel niet miskend heeft, lijdt zijn oordeel aan een - essentieel - motiveringsgebrek. In dat geval ligt in 's hofs oordeel besloten dat voldoende aannemelijk is dat de koopovereenkomst tussen [verweerder] en [betrokkene] c.s. in een hypothetische situatie dat de verweten gedraging achterwege was gebleven óók tot stand zou zijn gekomen. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, kan het hof in dat oordeel niet worden gevolgd. Indien het hof vergeleken zou hebben met een hypothetische situatie dat [betrokkene 3] juiste mededelingen aan [betrokkene] c.s. zou hebben gedaan aangaande de mogelijkheid een vergunning te verkrijgen voor herbouw van het woonhuis tot het door [betrokkene] c.s. verlangde volume, valt - zonder nadere toelichting, die ontbreekt - niet in te zien dat de koopovereenkomst tussen [verweerder] en [betrokkene] c.s. tot stand zou zijn gekomen, respectievelijk op dezelfde wijze als in de situatie zoals die zich feitelijk heeft voorgedaan tot stand zou zijn gekomen. Zoals volgt uit de door [betrokkene] c.s. tegen [verweerder] met succes gevoerde dwalingsprocedure (vgl. 2.2), hechtten eerstgenoemden immers groot belang aan de mogelijkheid tot herbouw van het woonhuis met een bepaald verlangd volume. Indien het hof vergeleken zou hebben met een - andere - hypothetische situatie, nl. dat [betrokkene 3] terzake geen (onjuiste) mededelingen aan [betrokkene] c.s. zou hebben gedaan, valt evenmin zonder nadere toelichting in te zien dat de koopovereenkomst tot stand zou zijn gekomen of op dezelfde voorwaarden tot stand zou zijn gekomen. Dan is immers aannemelijk dat [betrokkene] c.s., gelet op het grote belang dat zij hechtten aan de mogelijkheid tot herbouw van het woonhuis met een bepaald verlangd volume, navraag bij de gemeente zouden hebben gedaan over de mogelijkheden te dienaangaande en op grond van de verkregen informatie niet (op gelijke wijze) tot koop zouden zijn overgegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1b412069203695d1152bbcfbc44e50c5c537eeed133829a84fc81fae66bc6fa8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1b412069203695d1152bbcfbc44e50c5c537eeed133829a84fc81fae66bc6fa8, en de alinea staat in dat document op bytes 13337 tot 15754.