Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2010

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL0613.

1.4. Tijdens de behandeling van zijn zaak op 12 januari 2006 verklaarde [verdachte 2] dat [medeverdachte 4] hem diverse keren had gevraagd of hij aan vals geld kon komen en dat hij uiteindelijk heeft gezegd dat hij er naar zou kijken. Via [medeverdachte3] kwam hij in contact met [medeverdachte 1]. [Verdachte 2] heeft een proefbiljet van 500 euro aan [medeverdachte 4] gegeven. [Medeverdachte 4] heeft het biljet in ontvangst genomen en gezegd dat hij dit naar zijn opdrachtgevers moest brengen. Na de overdracht heeft [medeverdachte 4] continu gebeld met vragen wanneer en hoeveel ze konden leveren. [Verdachte 2] heeft met [medeverdachte 4] de afspraak gemaakt om elkaar op vrijdag 8 april 2005 bij het tankstation te ontmoeten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee5c686c269bda8d069edcb606edffe4ebaf9f0c07a1001d7b7e504afb24f8ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee5c686c269bda8d069edcb606edffe4ebaf9f0c07a1001d7b7e504afb24f8ef, en de alinea staat in dat document op bytes 8131 tot 8875.