Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2010

Alinea 50 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL0613.

Dat de verdachte (via [verdachte 2]) is uitgelokt door een door de CIE gerunde informant was in ieder geval op 13 september 2005 bij het OM bekend en had overigens eerder bekend kunnen zijn als de controle beter was geweest. Het OM had in ieder geval zo spoedig mogelijk na 13 september 2005 de verdachte en zijn raadsman op de hoogte moeten stellen van de informatie die van belang was voor een door de rechter te nemen eindbeslissing en beslissingen inzake de voorlopige hechtenis. Dat heeft het OM niet gedaan. Het lijkt er zelfs op dat als [medeverdachte 4] er voor gekozen had niet te verklaren over zijn relatie met de CIE, die informatie (hoewel aanwezig bij het OM) nooit ter kennis was gekomen van de verdachte. Als het argument daarvoor zou zijn dat dit ter bescherming van [medeverdachte 4] was, dan stelt het hof daar tegenover dat die keuze consequenties had moeten hebben voor de verdachte (zoals een sepot, omdat wezenlijke informatie buiten het dossier wordt gehouden).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee5c686c269bda8d069edcb606edffe4ebaf9f0c07a1001d7b7e504afb24f8ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee5c686c269bda8d069edcb606edffe4ebaf9f0c07a1001d7b7e504afb24f8ef, en de alinea staat in dat document op bytes 26060 tot 27058.