Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2010
Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL0613.
15. In r.o. 2.5. oordeelt het hof terecht dat de betrokkenheid van [medeverdachte 4] bij de overdracht van de partij vals geld gelijkenis vertoont met die van de burger-pseudokoper ex artikel 126ij Sv. Het handelen van [medeverdachte 4] heeft zich immers niet beperkt tot informatieverstrekking aan de CIE: door [medeverdachte 4] is voorgewend dat hij 80.000 euro aan valse biljetten wilde afnemen van de latere verdachten. De wet voorziet in een sluitende regeling daaromtrent. Indien een particulier zonder enige bemoeienis van politie of justitie iets dergelijks entameert is hij zonder meer strafbaar bezig, hoe goed zijn bedoelingen misschien ook zijn. Zodra evenwel van enige betrokkenheid van de politie bij die actie kan worden gesproken, zonder dat de wettelijke eisen in acht zijn genomen, lichten alle alarmlichten hel op, en zeker in Straatsburg (bijv. Ramanauskas v. Litouwen, EHRM 5 februari 2008, NJ 2008, 499 m.nt. Schalken; Van Vondel v. Nederland, EHRM 25 oktober 2007, NJ 2008, 584, m.nt. Dommering).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee5c686c269bda8d069edcb606edffe4ebaf9f0c07a1001d7b7e504afb24f8ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee5c686c269bda8d069edcb606edffe4ebaf9f0c07a1001d7b7e504afb24f8ef, en de alinea staat in dat document op bytes 35750 tot 36783.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee5c686c269bda8d069edcb606edffe4ebaf9f0c07a1001d7b7e504afb24f8ef | shasum -a 256