Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2010

Alinea 77 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL0613.

20. Op basis van 's hofs oordeel dat verzoeker via [verdachte 2] ten gevolge van de gebrekkige controle van de CIE op het handelen van [medeverdachte 4] is uitgelokt, dat het OM onvoldoende controle heeft uitgeoefend op de CIE waardoor de rol van [medeverdachte 4] langere tijd onopgemerkt is gebleven en dat verzoeker niet zo spoedig mogelijk op de hoogte is gesteld toen deze rol in volle omvang duidelijk is geworden, is 's hofs volgende oordeel dat sprake is van grove veronachtzaming van de belangen van verzoeker waardoor tekort is gedaan aan zijn recht op een eerlijke behandeling niet onbegrijpelijk. Dat geldt ook voor het oordeel dat de handelwijze van de CIE de integriteit van de overheid heeft geraakt zodat sprake is van schending van het publieke belang.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee5c686c269bda8d069edcb606edffe4ebaf9f0c07a1001d7b7e504afb24f8ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee5c686c269bda8d069edcb606edffe4ebaf9f0c07a1001d7b7e504afb24f8ef, en de alinea staat in dat document op bytes 42169 tot 42952.