Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2010
Alinea 81 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL0613.
24. In de onderhavige zaak is er blijkens de vaststellingen van het hof sprake van een ernstige inbreuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde in verschillende opzichten: verzoeker is tot strafbare feiten uitgelokt door een burgerinformant die regelmatig voor zijn diensten door de CIE betaald kreeg en zelf criminele handelingen heeft verricht waarvoor hij wel eens financieel werd gecompenseerd; dit heeft kunnen plaatsvinden omdat de controle van de CIE voorafgaand aan de overdracht van het valse geld tekort schoot; ondanks alle aanwijzingen heeft ook achteraf onvoldoende onderzoek door de CIE en het OM plaats gevonden; een door het OM in hoger beroep moeizaam gegeven opening van zaken. Daarmee is sprake van een grove veronachtzaming van de belangen van verzoeker en is tekort gedaan aan het recht van verzoeker op een eerlijke behandeling. Volgens het hof wordt de integriteit van de overheid geraakt doordat strafbare feiten worden geïnstigeerd wegens een beloningsprikkel van de kant van de overheid en gefaciliteerd door gebrekkige controle door en op de CIE; terwijl ook de rechterlijke controle is bemoeilijkt. Dit wordt door het hof kennelijk als zó ernstig beschouwd dat om die reden is gekozen voor de zware sanctie van niet-ontvankelijkverklaring van het OM. Dit oordeel is in het licht van het Zwolsman-criterium niet onbegrijpelijk. Dat het hof - ten opzichte van de rechtbank - voor een zwaardere sanctie heeft gekozen dan bewijsuitsluiting is in de eerste plaats te verklaren uit de moeizame wijze waarop het hof de gevraagde informatie (niet ongeschoond en niet volledig) heeft gekregen van het OM. Dat bewijsuitsluiting een onvoldoende reactie op deze cumulatie van aangetroffen misstanden wordt gevonden - hoewel die eveneens tot het vrijuitgaan van verzoeker zou hebben geleid (zoals bij de rechtbank) - vind ik in het licht van de precaire controleerbaarheid van geheime opsporingssituaties waarin criminele informanten worden gebruikt zeker niet onbegrijpelijk. Hoe alert men in deze CIE-wereld moet zijn leert ook deze zaak wel, omdat door het optreden van [medeverdachte 4] het al langer lopende politiële onderzoek "Goudsnip" in de wielen werd gereden. Uitlokking van strafbare feiten vooraf en onvoldoende openheid achteraf: het zijn strafvorderlijke doodzonden van de politiële en justitiële overheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee5c686c269bda8d069edcb606edffe4ebaf9f0c07a1001d7b7e504afb24f8ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee5c686c269bda8d069edcb606edffe4ebaf9f0c07a1001d7b7e504afb24f8ef, en de alinea staat in dat document op bytes 43898 tot 46260.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee5c686c269bda8d069edcb606edffe4ebaf9f0c07a1001d7b7e504afb24f8ef | shasum -a 256