Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2010
Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL0656.
20. In r.o. 2.8 wordt overwogen dat dit tot uitdrukking had moeten komen in een zwaardere onderzoeksplicht alsmede een (uitgebreidere) informatieplicht omtrent de toegepaste opsporingsmethode aan het OM. Doordat de CIE dit heeft nagelaten (het gemis aan een tweede runner doet zich gevoelen) heeft het gefaald in het toezicht op [medeverdachte 4] waardoor deze kon handelen zoals hij deed, en waardoor het OM niet tijdig een eigen onderzoek naar de gang van zaken heeft kunnen starten en de andere procesdeelnemers hierover niet tijdig zijn geïnformeerd. Daarmee is het hof afgeweken van de in het requisitoir aangedragen feiten die volgens het OM de handelwijze van de CIE kunnen verklaren: de vervolging staat een andere lezing van de gebeurtenissen voor. Het is aan de feitenrechter om de feiten vast te stellen, waaronder ook de interpretatie van de feiten kan worden begrepen.(3) Kennelijk is het hof uitgegaan van een andere zienswijze op dit punt, wat gelet op het voorgaande uitgebreid is onderbouwd. In deze onderbouwing ligt besloten waarom het hof is voorbijgegaan aan hetgeen door het OM is aangevoerd. Daarin vindt het bedoelde standpunt zijn weerlegging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e240fd5b38e21ca518ef060c50db3155def00ba05bfc99191d76716d243317a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e240fd5b38e21ca518ef060c50db3155def00ba05bfc99191d76716d243317a2, en de alinea staat in dat document op bytes 39478 tot 40660.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e240fd5b38e21ca518ef060c50db3155def00ba05bfc99191d76716d243317a2 | shasum -a 256