Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2010

Alinea 178 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL1015.

2.11 Dat Hof Arnhem op genoemde - essentiële - stelling niet is ingegaan klemt temeer omdat uit 's Hofs uitspraak niet blijkt op basis waarvan het Hof tot de conclusie komt dat de verwerking van dit rioolslib in de afvalverwerkingsinstallatie meer dan zijdelings verband zou houden met de riolering. Het Hof besteedt daar te dezen in het geheel geen aandacht aan. Het is dan ook niet te beoordelen hoe het Hof tot zijn oordeel is gekomen. In dat verband zij gewezen op hetgeen X heeft aangegeven in § IV.6 van haar schriftelijke reactie van 30 november 2006. Na in § IV.5 daarvan gewezen te hebben op het feit dat de gemeente bewoordingen hanteert die afwijken van hetgeen Uw College overwoog in het arrest BNB 1991/221, wijst X er in die § IV.6 op: "Het hanteren van deze woorden maakt duidelijk wat de opvatting van de Gemeente is: zodra er maar enig verband kan worden gelegd tussen de werkzaamheden en de riolering - hoe miniem en ver verwijderd ook - zouden de kosten van die werkzaamheden kunnen worden verhaald via het rioolrecht. (...)", hetgeen ook de opvatting van Hof Arnhem lijkt te zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c90bcdb3e25faea5099204e66bd665f6456cfb935d2a1f5a14b1074407212f36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c90bcdb3e25faea5099204e66bd665f6456cfb935d2a1f5a14b1074407212f36, en de alinea staat in dat document op bytes 63738 tot 64855.