Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2010

Alinea 271 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL1015.

6.6 In haar aanvullend beroepschrift in cassatie voert belanghebbende in paragraaf 2.10 als klacht aan dat het Hof niet is ingegaan op haar stelling dat uit hetgeen de Inspecteur aanvoert, 'blijkt dat de kennelijk in de installatie plaatsvindende scheiding van zand en slib een voorbereidende handeling is voor de zuivering'; zie onderdeel 3.2 van deze conclusie. Belanghebbende stelt voorts in paragraaf 2.12 dat het Hof 'geen gemotiveerd oordeel heeft gegeven over de stelling waarover het had te oordelen, namelijk of de verwerking van het rioolslib in de onderhavige afvalverwerkingsinstallatie niet, dan wel slechts zijdelings verband houdt met de riolering'.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c90bcdb3e25faea5099204e66bd665f6456cfb935d2a1f5a14b1074407212f36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c90bcdb3e25faea5099204e66bd665f6456cfb935d2a1f5a14b1074407212f36, en de alinea staat in dat document op bytes 99746 tot 100423.