Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2010

Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL1713.

3.4.3. Mij kan een dergelijk betoog niet overtuigen. Ik laat dan nog daar dat het hof in dit verband voorbij gaat aan de eerste verklaring van [getuige], die hij zeer kort na het door hem waargenomen voorval heeft afgelegd, dat wil dus zeggen toen zijn herinnering daaraan nog zeer vers in het geheugen lag. Ik acht 's hofs parafrase van de tweede verklaring van [getuige] echter niet stroken met hetgeen [getuige] volgens dat proces-verbaal heeft verklaard. Thans verklaart hij te hebben aangenomen dat de man een steen opraapte. Maar die aanname is meer dan een blote gok. Het is een 'educated guess'. [Getuige] wist dat daar stenen (straatklinkers) lagen. Dit aspect van [getuige]' verklaring is bepaald niet van ondergeschikt belang. Het beroep op noodweer(exces) is erop gestoeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/701c093aa8239e2b280874509f26b4aab31b36803f4fec9f2f005e81cd94152b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 701c093aa8239e2b280874509f26b4aab31b36803f4fec9f2f005e81cd94152b, en de alinea staat in dat document op bytes 17867 tot 18665.