Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2010

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL3219.

Een blik achter de papieren muur leert het volgende. Blijkens het in voetnoot 2 genoemde proces-verbaal van verhoor van [getuige] (de dochter van aangeefster [betrokkene 1]) heeft verdachte tegen die [getuige] onder meer heeft verklaard "dat hij door het hoofdkantoor van Wehkamp was gebeld, met de mededeling dat hij op het adres [a-straat 1] een pakketje op moest halen" (doorgenummerde dossierpagina 35). Voorts heeft het Hof blijkens voetnoot 1 daarbij acht geslagen op de verklaring van aangeefster [betrokkene 1], onder meer inhoudende: "ik vroeg nog of ik de enveloppe dicht moest nieten. Dit hoefde niet van hem dat deden "hun" wel" (doorgenummerde dossierpagina p. 27). Uit beide verklaringen kan worden opgemaakt dat verdachte zich voordeed als een vertegenwoordiger van Wehkamp. Dat verdachte zich voordeed als vertegenwoordiger van Wehkamp staat gelet hierop buiten twijfel. Daarmee is echter nog niet gezegd dat dit ook voldoende tot uitdrukking komt in de vastgestelde redengevende feiten en omstandigheden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfa799fbb2cfa10543f409248b667112926a1b2a9b2708cd90619fb2786c2e74. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfa799fbb2cfa10543f409248b667112926a1b2a9b2708cd90619fb2786c2e74, en de alinea staat in dat document op bytes 12883 tot 13918.