Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2010

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL3219.

De vraag is of de vaststelling van het Hof dat de manspersoon bekend maakte dat hij was gestuurd om het pakketje op te halen mede omvat dat de man namens Wehkamp (als vertegenwoordiger in de ruimste zin van het woord) kwam. De kans dat deze vraag eveneens beantwoord had moeten worden bij een meer traditionele inrichting van het arrest acht ik bijzonder klein. In dat geval zou immers de inhoud van de verklaringen van aangeefster en haar dochter wel opgenomen zijn. In dit geval wil ik bepleiten dat uit de mededeling van verdachte dat hij was gestuurd om het pakketje op te halen kan worden afgeleid dat hij als vertegenwoordiger van Wehkamp kwam. Dat beeld liet hijzelf ontstaan door mee te delen dat hij was gestuurd. Aangeefster en haar dochter hebben het ook zo begrepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfa799fbb2cfa10543f409248b667112926a1b2a9b2708cd90619fb2786c2e74. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfa799fbb2cfa10543f409248b667112926a1b2a9b2708cd90619fb2786c2e74, en de alinea staat in dat document op bytes 13926 tot 14718.